Ideale meisjesschool:

Meer uitdaging, minder bescheiden

Meisjes bloeien op als het onderwijs hun houvast en zelfvertrouwen geeft. Zelfs wiskunde gaat dan goed. Wat ook hiervoor hebben ze talent- al pakken ze het anders aan dan jongens.

De ideale school voor meisjes? Als we de krantenkoppen mogen geloven bestaat die al. ‘Het huidige onderwijssysteem bevoordeelt meisjes.’ ‘Meisjesgedrag is de norm op school’. ‘De meiden doen het beter’. Het is waar, meisjes hebben een spectaculaire sprong vooruit gemaakt. Op de middelbare school presteren ze tegenwoordig evengoed als jongens. Ze maken vaker dan jongens hun opleiding af en blijven minder vaak zitten. En voor het eerst in de geschiedenis nemen evenveel meisjes als jongens deel aan het hoger onderwijs.

‘Het huidige onderwijs is meer passend voor meisjes dan voor jongens’, zegt biopsycholoog Martine Delfos. ‘Maar dat betekent niet dat het ideaal is voor hen.’ Het moderne onderwijs draait om ijver, communicatie, taalvaardigheid en samenwerken. Allemaal zaken die meisjes beter afgaan dan jongens. Dat geldt uiteraard niet voor alle meisjes. Er is een grote overlap tussen jongens en meisjes. De individuele verschillen tussen kinderen zijn groter dan die tussen jongens en meisjes.

Andere manier van leren

Toch zijn er steeds meer aanwijzingen dat meisjes gemiddeld anders leren dan jongens.
Het verschil is al zichtbaar op jonge leeftijd. In haar boek De schoonheid van het verschil beschrijft Delfos wat meisjes van een jaar of vier met een stuk klei doen. Ze maken boompjes, huisjes en dieren met vormpjes. De jongens prikken er gaten in en smeren het uit over tafel. ‘Jongens leren gemiddeld door te doen, meisjes door informatie te verzamelen. Daarbij doen meisjes vooral wat ze geleerd is’, zegt Delfos. ‘Ze voelen zich veilig als ze gewaardeerd worden door anderen. Aardig gevonden worden is de voorkeursstrategie van meisjes. Ze werken voor de leerkracht.’
Daarom zijn meisjes braver en ijveriger dan jongens en kunnen ze al op jonge leeftijd samenwerken. Delfos: ‘Meisjes zullen niet snel achterop raken, ook niet als het type onderwijs verandert.’
Dat heeft met opvoeding te maken, maar ook met de ontwikkeling van hun hersens.
Gemiddeld ontwikkelen meisjeshersens zich wat sneller dan jongenshersens, blijkt uit recent onderzoek. Hun taalfuncties ontwikkelen zich eerder. Al op jonge leeftijd hebben ze een grotere woordenschat dan jongens en kunnen ze meer woorden onthouden. Daardoor zijn ze meer verbaal en communicatief ingesteld. Ook hun fijne motoriek komt eerder op gang. Jongens van zes, zeven hebben de grootste moeite om hun hanenpoten tussen de lijntjes te krijgen, terwijl veel meisjes dan al netjes kunnen schrijven. Ook leren meisjes eerder hun impulsen te beheersen. Het hersengebied waar vaardigheden als plannen en organiseren vandaan komen, begint zich bij meisjes al rond het dertiende jaar goed te ontwikkelen: een jaar of drie eerder dan bij jongens. Geen wonder dat ze de zelfstandigheid die huidige middelbaar onderwijs vraagt, beter aankunnen.

Net zo goed in bètavakken

Maar er zijn ook mindere puntjes. Op de basisschool presteren meisjes weliswaar beter op taalonderdelen, maar bij rekenen blijven ze nog steeds iets achter bij jongens. Ook in het voortgezet onderwijs halen meisjes lagere cijfers voor vakken als wiskunde, natuurkunde en scheikunde. En ondanks allerlei maatregelen om meisjes te stimuleren om exacte vakken te kiezen, doen slechts weinig meisjes die daarin eindexamen. Mede daardoor slepen jongens nog steeds de beter betaalde banen in de wacht.
In haar boek Meisjes zijn niet bètadom rekent hoogleraar neurowetenschappen Marianne Joëls af met het vooroordeel dat meisjes minder aanleg voor wiskunde zouden hebben. ‘Ze zijn niet slechter in wiskunde. Ze hanteren andere strategieën om wiskundige vragen op te lossen.’

Meisjes zijn gemiddeld minder goed in het oplossen van ruimtelijke problemen dan jongens. Maar ze zijn juist beter in rekenen. In grote vergelijkende onderzoeken doen ze het beter in algebra dan jongens. ‘Het blijkt dat meisjes bij het oplossen van wiskundig hersencircuits gebruiken die ook betrokken zijn bij de taalverwerking, zegt Joëls. ‘Ze hanteren meer verbale manieren om ruimtelijke problemen op te lossen. Ze werken minder met een ruimtelijke kaart in hun hoofd, maar gebruiken concrete aanwijzingen die ze in hun hoofd repeteren. Met die strategie komen ze op vrijwel dezelfde wiskundeprestaties uit.’ Dat blijkt ook uit recent internationaal onderzoek. In sommige landen, zoals IJsland doen meisjes het zelfs beter dan jongens in exacte vakken. Waarom kiezen ze in Nederland dan zo weinig voor exacte vakken? ‘Er schort iets aan de manier waarop we met exacte vakken omgaan’, zegt Joëls. ‘Kijk naar een campagne als een slimme meid kiest exact. Daarmee geven we meisjes de impliciete boodschap dat je heel slim moet zijn om exacte vakken te kunnen. Dat is dat geen effectieve benadering om meisjes te trekken.’

Meisjes, blijkt uit onderzoek, schrijven goede prestaties eerder toe aan geluk dan aan eigen vermogens. Ook staan meisjes liever niet als slim te boek. Ze zijn bang daardoor buiten de groep te vallen. Zo camoufleren veel hoogbegaafde meisjes tussen tien en veertien jaar hun talent. Ze volgen minder vaak verrijkingslessen en kiezen ervoor anderen te helpen in plaats van zelf uit te blinken.

Typisch meisjesgedrag

Hoe ziet de ideale school voor meisjes eruit? De kunst is om hun bètatalent te prikkelen. Dat betekent: meer zelfvertrouwen en houvast geven. Want al raken meisjes minder snel achterop en kunnen ze zelfstandig werken beter aan dan jongens, hun brave gedrag is ook een valkuil. Zo hebben meisjes bij rekenen en wiskunde minder lef om een som op een niet-aangeleerde manier op te lossen. Ze laten zich eerder leiden door de groep en kiezen conformistischer: ze doen wat de meesten doen. In de klas houden ze zich vaak meer op de achtergrond dan jongens. Ze stellen zich ook eerder op als leken, terwijl jongens juist hun deskundigheid demonstreren, bijvoorbeeld bij het omgaan met computers. Uit onderzoek blijkt dat meisjes de beste resultaten boeken, als docenten dat lekengedrag niet accepteren.
Jongens komen in beweging bij competitie, maar meisjes worden daar eerder onzeker van. Ze hebben meer last van faalangst en krijgen in de les vaak minder aandacht. De leerkrachten waarderen meisjes vooral als ze ijverig, netjes en behulpzaam zijn. Leerkrachten zeggen meisjes sneller het juiste antwoord voor, terwijl ze jongens aanmoedigen om verder te denken bij een fout antwoord. Ook stellen ze meisjes meer reproductievragen en jongens meer inhoudsvragen. Vaak gebeurt dat onbewust. ‘Het is belangrijk dat leerkrachten oog hebben voor dit soort processen’, zegt Delfos. ‘Maak meisjes duidelijk dat ze ook wel overleven als niet iedereen ze aardig vindt. Geef ze waardering, maar laat ze ook genieten van overwinningen op zichzelf.’

Meer leren door te doen

Het realistische rekenonderwijs dat op Nederlandse basisscholen wordt onderwezen, werkt onzekerheid van meisjes in de hand, blijkt uit onderzoek van het Freudenthalinstituut. Bij realistisch rekenen komt het aan op het toepassen eigen maken van (schat)strategieën. Meisjes komen juist beter tot hun recht bij mechanistisch rekenonderwijs, waarbij het gaat om nauwkeurig cijferen en werken volgens standaardprocedures.
‘Leerkrachten moeten de capaciteit van meisjes om veel informatie tegelijk te verwerken gebruiken’, zegt Delfos: ‘Laat ze informatie verzamelen en vraag ze naar verbanden. Maar maak ook ruimte om zwakke kanten te versterken.’ Dat betekent extra aandacht en aanmoediging voor zaken waar meisjes gemiddeld minder goed in zijn: experimenteren, leren door te doen, ruimtelijk inzicht, abstraheren.
Dat gaat beter kan in aparte meisjesgroepen, vindt Joëls. ‘Want jongens beginnen jongens direct met snoertjes en stekkertjes te klooien, terwijl meisjes nog aan het bedenken zijn hoe ze het aan zullen pakken. Je moet ze de tijd geven om stap voor stap dingen zelf uit te proberen.’
Ook goede rolmodellen zijn belangrijk. De Amerikaanse psycholoog Sian Beilock volgde leerlingen in de laagste klassen van Amerikaanse basisscholen. Meisjes die een jaar lang rekenles hadden gekregen van een over wiskunde en rekenen onzekere juf, maakten aan het eind van het jaar relatief meer rekenfouten dan jongens. Vrouwelijke leerkrachten die aan hun eigen wiskundige vermogens twijfelen lijken dus al in kleine meisjeshoofden twijfel te zaaien of vrouwen en wiskunde wel samengaan.

Uitdaging bieden

Op de ideale middelbare school voor meisjes worden de exacte vakken onderwezen op een manier die beter bij meisjes past. ‘Leg meer accent op het samen oplossen van opdrachten’, zegt Joëls. ‘Dat spreekt meisjes meer aan en het sluit ook aan bij de beroepspraktijk. Samen werken aan projecten is heel gebruikelijk in bètaberoepen.’
Ook moet er meer begeleiding en uitleg gegeven worden bij de exacte vakken. Joëls: ‘Zelfstandig werken is mooi, maar je moet meisjes niet aan laten modderen als ze er niet uitkomen. Laat ze veel oefenen. Geef ze een zetje als ze er niet uitkomen.’
‘Biedt de exacte vakken op een voor meisjes aantrekkelijke manier aan. Niet zo saai als nu,’ zegt Delfos. Volgens haar zetten meisjes hun technische talenten onder andere omstandigheden in dan jongens’, zegt Delfos. ‘ De ruitenwisser is uitgevonden door een vrouw: Mary Anderson. Ze zat in de tram en het sneeuwde hevig. De trambestuurder moest de tram steeds stoppen om de ruiten schoon te vegen. Dat vond ze sneu en daarom bedacht ze de ruitenwisser.’
Reden waarom docenten de lesstof meer zouden moeten laten zien wat het nut kan zijn voor andere mensen. Delfos:’ Dat maakt het voor meisjes interessanter. Ze worden dan meer geprikkeld om nieuwe dingen te bedenken.’
Als het aan Joëls ligt wordt het woord ‘slim’ geschrapt als het om exacte vakken gaat. ‘Leraren moeten meisjes ook niet zo snel tot voorzichtigheid manen als op hun rapport zessen voor de exacte vakken staan. Niet zeggen: ‘Zou je dat zware pakket wel aanhouden?” Geef die meisjes liever wat extra ondersteuning.’

Soms gemengd, soms gescheiden

Als meisjes alleen werken, presteren ze opvallend beter dan als er jongens bij zijn. Delfos: ‘Meisjes zijn in een gemengde klas meer gespannen en proberen de jongens gerust te stellen door onder te presteren.’ Toch is ze geen voorstander van aparte meisjesscholen. Want als je de meisjes apart zet, doe je dat automatisch ook met de jongens en die hebben daar geen baat bij. Bovendien is het niet zo dat alle jongens de beest uithangen en alle meisjes ijverig zijn. Er zijn ook wilde meisjes en brave jongens. Delfos: ‘Ik ben een voorstander van afwisselend gemengd en niet-gemengd onderwijs. In aparte groepen komen de kwaliteiten van meisjes sterker naar voren. Maar door geregeld samen te werken met jongens leren meisjes ook strategieën die voor hen niet vanzelfsprekend zijn. En ze leren beter met jongens omgaan.’


HOE PRIKKEL JE TALENTEN VAN MEISJES?
  • laat ze leren door informatie te verzamelen
  • bedenk werkvormen die aansluiten bij hun voorkeur voor samenwerken
  • investeer in hun zelfvertrouwen
  • accepteer geen hulpeloos en lekengedrag
  • laat ze zelfstandig werken, maar laat ze niet aan hun lot over
  • moedig ze aan om te oefenen met ontdekken en experimenteren.
  • laat zien wat het nut is van exacte vakken
  • zorg voor een veilige omgeving en laat ze stap voor stap nieuwe dingen uitproberen
  • laat ze afwisselend in gemengde en in meisjesgroepen werken

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard en wil je jouw waardering laten blijken? Dat kan!

Waardeer je mijn journalistieke werk?

Doneer en help de onafhankelijke journalistiek.

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard en wil je jouw waardering laten blijken?

Dat kan! Door een bijdrage help je me om dit soort artikelen te blijven schrijven.

Contact