Opvoeden

Gezin met vier dochters

Vier giechelende meiden hebben Rob (44) en Jackie (42) Thijssen uit het Limburgse Steyl: Roos (15), Guusje (14) Marijn (11) en Maaike (8). Word je als vader buitengesloten en ben je als moeder one of the girls?

Jackie:

‘“Och wat jammer,” zeiden sommige mensen toen de derde geboren werd. Of : “Gaan jullie nog door voor een jongen?” Heel irritant vond ik dat: hoe komen ze erbij? Ik vind het geweldig om vier dochters te hebben. Als ik met het hele stel op stap ben, ga ik gewoon glimmen, zo trots ben ik ben op hen. Nu de oudste twee op de middelbare school zitten, komt dat natuurlijk minder vaak voor. Die twee gaan meer hun eigen gang. Tegenwoordig doe ik vaker iets met hen apart.

Een middag thuis met de meiden, daar kan ik echt van genieten. De een springt met vriendinnen op de trampoline, de ander tut voor de spiegel. Ze nemen ook vaak vriendinnen mee, het is hier altijd druk: feestjes, slaappartijtjes, aanschuiven bij het eten. De gezelligheid van een groot gezin trekt aan.’

Vertrouwd

‘Dat we vier kinderen hebben, komt meer door mij dan door Rob. Ik heb altijd iets gehad met kinderen. Of het even leuk was geweest als het vier jongens waren geweest? Dat weet ik niet. Ik weet wel dat ik bij de geboorte van Roos dacht: ha! Dat meisje heb ik in ieder geval. Gevoelsmatig zit je met meisjes meer op één golflengte, denk ik. Het is vertrouwd. Ik hoop dat zij net zo’n goede band met mij krijgen als ik met mijn moeder. En onderling natuurlijk. Zelf heb ik een hele hechte band met mijn drie zussen. We bellen elkaar een paar keer per week. Uren kunnen we kletsen. Het lijkt me verschrikkelijk leuk als zij dat later ook met elkaar hebben.’

Eén lijn

Ik zou het liefst overal bij zijn. Ze zitten alle vier op hockey en als ze in de buurt spelen kan ik heel moeilijk thuis blijven. Ook als er iets op school te doen is: dan moet ik er naar toe. Ze kunnen wel eens zonder jou op school, zegt Rob soms. Als er wat aan de hand is of ze hebben een rotdag op school, komen ze bij mij. Alle vier. Ik sta hier toch centraal. Ruzie met een vriendin? Daar hoeven ze bij Rob niet mee aan te komen. Maar dat heeft niet alleen te maken met het feit dat het meiden zijn. Rob is veel weg voor zijn werk. Ik werk anderhalve dag per week buiten de deur. Vaak ben ik thuis als ze uit school komen. We praten veel, we kunnen heel goed met elkaar overweg. Rob is minder van het praten, maar we trekken wel één lijn in de opvoeding.

Alle vier anders

‘Dwarse pubermeiden hebben we niet. Nog niet, zeg ik er nadrukkelijk bij. Het liefst zou ik alles van ze weten, ik ben razend nieuwsgierig. Maar ik probeer er niet te dicht bovenop te zitten.

Roos gaat steeds meer haar eigen gang.. Die heeft vaak meer met haar vriendinnen te bespreken dan met mij. Ze loopt geen spiegel voorbij zonder er even een blik in te werpen. Altijd met haar uiterlijk bezig. En steeds meer met jongens. Vriendjes hebben we hier nog niet over de vloer gehad. Dat is vanwege de zusjes. Ze letten heel erg op elkaar.

Guusje, de tweede, is heel anders. Die is altijd aan het sporten of aan het knutselen. Ze wil er wel leuk uit zien, maar haren föhnen vindt ze onzin. Ze slapen bij elkaar op een kamer. Guusje ligt vooraan en heeft alles netjes opgeruimd. Achter het wandje waar Roos slaapt is het éen grote beerput. Ik wil maar zeggen: we hebben vier meiden, maar het zijn wel vier heel eigen kinderen. Daarom ben ik er niet zoveel mee bezig dat het allemaal meiden zijn.’

Kakelen

‘Of Rob zich wel eens buitengesloten voelt? Nu misschien wel meer dan alle voorgaande jaren. Er wordt hier wat afgekakeld en dat wordt steeds erger. En bij het winkelen natuurlijk. Daar snapt hij helemaal niets van. De hoogst enkele keer dat hij meegaat, parkeren we hem in de muziekzaak. Ik koop voor Rob ook alles, zelf komt hij nooit in een kledingzaak. Hebben jullie de héle middag geshopt? vraagt hij ongelovig als we thuiskomen. Terwijl zo’n middag omvliegt, dat is net niks.’

Rob:

‘Ik kom uit een gezin van vijf jongens. Nu heb ik zelf vier meiden. In de opvoeding en de omgang is het gezonder als je meisjes en jongens hebt, denk ik. Dat is iets relaxter, ze letten wat minder op elkaar. De zussen hebben het heel druk met elkaar.

Ik kan me al die bevallingen natuurlijk nog wel herinneren. Dan keek ik en zag een sneetje bovenkomen. O, jee weer een meisje. Maar daar is het wel bij gebleven. Anders dan bij mijn moeder. Die had zo graag een dochter gehad. Toen hier het eerste meisje werd geboren was ze dolblij, het leek wel een bevrijding.’

Zorgen

Je groeit er in. Ik heb een goede band met mijn dochters. En ze zijn gezond. Of het jongens of meisjes zijn speelt eigenlijk geen rol. Al blijven sommige mensen erover doorzeuren: “Wacht jij maar tot de brommertjes verschijnen, dan begint het pas.” Misschien gaat het veranderen als dadelijk het uitgaansleven komt. Over meisjes maak je je meer zorgen dan over jongens, dat lijkt me logisch. Dus dat wordt halen en brengen, zeker in het begin. Aan de andere kant, ze moeten wel een beetje leven. Ze bellen wel eens om half elf ’s avonds: ik ben bij een vriendin, kan je me komen halen? Ja dag, fiets zelf effe. Niet achter elke boom staat een boef.’

Barbies

‘We zien zelden jongens hier. Ze spelen allemaal met meisjes. Vroeger was het hier een en al roze en barbies. Ik weet niet beter. Verder is het gewoon heel druk, vier kinderen. Het is zaak dat je een beetje contact houdt met elkaar. Dat lukt aardig. Nu ze groter zijn, kan je er een of twee op sleeptouw nemen, heel gezellig.

Ik vind het leuk dat ze zo zelfstandig zijn. Vooral de oudsten regelen zelf van alles. Dat organisatietalent hebben ze van mij. Ik heb een eigen bedrijf, het grootste deel van de opvoeding komt op Jackie neer. Maar we trekken wel één lijn. Papa aapt mama na, zeggen de kinderen dan. Ik heb altijd dingen met hen gedaan. Ik help ze met huiswerk en ik probeer ze te interesseren voor popmuziek. Daar houd ik zelf heel erg van. Ik vraag vaak: welke band is dit? Ze geven altijd standaardantwoorden: U2 of Coldplay. Dat zijn mijn favorieten. Zelf zijn ze dol op de Sugababes. Wie weet groeit het nog naar elkaar toe. Sporten doen we ook. Alle vier de meiden zijn sporters, net als Jackie en ik. De oudste twee heb ik een paar jaar gecoacht bij hockey. Ik hockey zelf ook. Tegenwoordig is het bijna iedere zaterdag halen en brengen.’

Eindeloos telefoneren

‘Nu ze ouder worden gaan ze steeds harder kakelen. Dat gegiechel, daar wen je wel aan. Maar dat geklets! En dat eindeloze telefoneren. Onder het eten is het soms helemaal erg. Dan zet ik de telefoon in de in-gesprekstand. Gelukkig heb ik mijn uitlaatklepjes. Ik speel trompet in een feestband. Ik ga ook graag naar popconcerten. En op vrijdagavond naar het cafe. Even zonder vrouwen, heerlijk.

’s Zondagsavonds kijk ik voetbal. De enige avond dat ík bepaal wat er op tv komt. Een wedstrijd kijken is zo rustgevend. Als ze er maar niet tussen door kletsen. Of vragen gaan stellen over hele andere onderwerpen. Daar hebben vrouwen een handje van. Altijd met honderd dingen tegelijk bezig.’

Voetbal

‘Eigenlijk ben ik een echte voetbalman. Of ik vroeger wel eens gedroomd heb om met een zoon naar voetbal te gaan? Ach, je kunt zoveel dromen. Aan sommige jongenspleziertjes doe ik gewoon mee. Van mijn petekind kreeg ik een voetbalboek cadeau: voetbalplaatjes sparen bij de boodschappen. Jackie ging speciaal naar de Plus om boodschappen te doen. De hele buurt kwam hier langs om plaatjes te ruilen. Magnifiek.’

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard en wil je jouw waardering laten blijken? Dat kan!

Waardeer je mijn journalistieke werk?

Doneer en help de onafhankelijke journalistiek.

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard en wil je jouw waardering laten blijken?

Dat kan! Door een bijdrage help je me om dit soort artikelen te blijven schrijven.

Contact