Vrijwilligerswerk

De gekwelde vrijwilliger

Onderlinge conflicten, tegenwerking van professionals, niet gezien worden: wie zich belangeloos inzet voor de goede zaak ontvangt niet louter schouderklopjes.

Marie Louise Kneepkens (54) uit Weert doet graag iets voor anderen. Wat haar ogen zien, maken haar handen. De kelder onder haar huis hangt vol met brokaten koningsmantels, fragiele engelenpakjes en kleurrijke processiejurken. Stuk voor stuk eigen ontwerp. En met liefde gemaakt van goedkoop bij elkaar gescharrelde lappen, kwastjes en bandjes. Tien jaar lang maakte Kneepkens de kleding voor de kerststal van de Martinuskerk. Als lid van de kerststalcommissie was ze drie maanden per jaar bijna fulltime bezig met het opbouwen van de grootste kerststal van Europa. Met veel plezier, maar nu hoeft het voor haar niet meer. De voltallige commissie stapte vorig jaar Kerst op na een knallende ruzie met de kerkbestuurders. Die gaven vlak voor de nachtmis opdracht om de levende ezel uit de stal te verwijderen. Zijn uitwerpselen zouden de net gerestaureerde schilderingen in de kerk aantasten. Volgens Kneepkens was de ruzie om de ezel -“een mini-ezeltje nota bene”- de druppel die de emmer deed overlopen..

Vermoedelijk wilden het kerkbestuur en de nieuwe pastoor-deken van de kerststal af, vertelt ze tussen de paspoppen in haar woonkamer. “De laatste maanden kregen we steeds meer pinnige opmerkingen, zo van: waarom moet dat allemaal, we zijn toch geen Fantasialand? Verschrikkelijk. Misschien dat we daarom ook zo fel reageerden op die ezel.” Tienduizenden mensen uit binnen- en buitenland kwamen jaarlijks speciaal voor de stal naar Weert. “We waren selfsupporting, peuterden al het materiaal voor een habbekrats los.’ De vorige deken bouwde enthousiast mee. “Maar de nieuwe deken heeft vooral oog voor regeltjes en voorschriften.”

Wat haar nog het meest steekt, is dat hij tot dusver geen serieuze poging heeft gedaan om het conflict op te lossen. “ ‘Jammer,’ zei hij, toen we ons ontslag aanboden. Hij deed de deur open en we stonden weer buiten. Daarna hebben we niets meer gehoord.” Ze heeft er begrip voor dat de deken er andere ideeën op na houdt dan zijn voorganger. “Misschien wil hij een sobere stal in plaats van die kermis van ons. Maar zeg dat dan eerlijk. Neem ons serieus en toon ook wat betrokkenheid.” Mocht er toch weer een kerststal komen, zij doet niet meer mee. Hoe leuk het werk ook is en hoe ze gezelligheid en de spanning ook zal missen. “Als vrijwilliger moet je het gevoel hebben dat je inzet wordt gewaardeerd en gerespecteerd.”

Over gebrek aan waardering hebben de vrijwilligers in verpleeghuis Oudshoorn in Alphen aan de Rijn niet te klagen. Het is maandagmorgen. De door vrijwilligers begeleide zangochtend is net begonnen. Somber kijkende bewoners klaren zichtbaar op als de pianist ‘Op de grote stille heide’ inzet en na ‘Zwarte slaven’ kan de ochtend niet meer stuk. “Niet alleen de bewoners, maar ook de directie overlaadt ons met complimenten., ”vertelt Henk van der Veen, gepensioneerd manager en voorzitter van de vrijwilligersorganisatie. “Die beseft heel goed dat wij de smeerolie van het huis zijn.” De 250 vrijwilligers bezoeken eenzame ouderen, organiseren kookgroepen en gymnastiek en brengen de bewoners naar allerlei activiteiten. De hulp moet aanvullend zijn op de reguliere zorg, hebben de vrijwilligers met de directie afgesproken. Zo maken ze geen bedden op en zetten ze geen bewoners op de wc. Maar door het personeelstekort worden de steeds meer grenzen opgerekt.

Van der Veen vertelt over de computerclub die hij begeleidt. “Een van de deelnemers moet ieder uur naar de wc. Als ik een verzorgende roep is het soms: u moet leren het op te houden. Of ze komt een half uur te laat aanrennen: ‘sorry, te druk, helemaal vergeten’. Moet ik die man in zijn broek laten poepen?”

Het runnen van een verpleeghuis is tegenwoordig een zakelijke business, verzucht hij. “De directie vroeg pas of we vrijwilligers konden leveren voor de aanleg van een nieuwe tuin en het opknappen van de rookkamer. Ze zullen het nooit hardop zeggen, maar je merkt dat ze ons zeurpieten vinden als we nee zeggen. Hoezo? Een verpleeghuis heeft toch een budget voor onderhoud?”

“Herkenbaar”vindt vrijwilligerscoördinator Corrie Brouwer van het Steunpunt Mantelzorg in Amstelveen. Ook in de terminale zorg, een populaire branche onder vrijwilligers, krijgen die soms taken toegeschoven waarvoor ze zich niet hadden aangemeld. Brouwer:
“ ‘Was jij de kopjes even’”, zegt de wijkverpleegkundige doodleuk. Of ze laat de vieze waskommen na een wasbeurt achter voor de vrijwilliger.” Jaloezie rond het sterfbed is niet zelden de oorzaak, zegt Brouwer. “De verpleegkundige werkt op een minutencontract en heeft nauwelijks tijd voor zomaar een praatje. Terwijl vrijwilligers uren aan het bed kunnen zitten. Zij doen wat ik zou willen doen, denkt zo’n verpleegkundige dan.”

Aan de andere kant bemoeien vrijwilligers zich steeds meer met het werk van de verpleegkundige. Ook dat is bron van spanningen. “De vrijwilliger van tegenwoordig is niet meer de dienstbare, gepermanente krullenkop die de plantjes water geeft. Vrijwilligers zijn mondig, ze hebben vaak uitgesproken opvattingen over goede zorg. En ze willen daar zelf ook invulling aan geven.” Een duidelijke taakverdeling en meer bekendheid met elkaars werk, motivatie en verantwoordelijkheden, kunnen conflicten voorkomen., denkt Brouwer. Daarom organiseert het steunpunt dit jaar samen met ziekenhuizen trainingen voor beroepskrachten en vrijwilligers. Met nieuwe vrijwilligers worden vooraf heldere afspraken gemaakt over de taakverdeling.

Vrijwilligers onderling kunnen elkaar het leven net zo goed behoorlijk zuur maken. ICT manager Henk Poorthuis (53), woonachtig in een jonge Vinexwijk, kan erover meepraten. Zijn echte naam wil hij niet noemen.“Ik ben werkzoekend. Ik wil op geen enkele manier in opspraak komen.”

“Ach, waarom eigenlijk niet?, dacht Poorthuis toen zijn buurman twee jaar geleden vroeg of hij zin had om penningmeester te worden van de kersverse scoutingclub. “Als kleine jongen heb ik veel plezier beleefd aan de padvinderij. Een beetje met getallen knoeien leek me wel leuk “

Met de financiën gaat het goed. Maar de buurman kijk hem inmiddels niet meer aan. Samen met twee collega bestuurders is Poorthuis zo’n twee avonden per week druk. Niet met de financiën, maar met het oplossen van ruzies en het bijsturen van slecht functionerende groepsleiders. Ook bij kinderactiviteiten op zaterdag moet hij regelmatig inspringen. “Vrijwilligers in de scouting haal je niet zomaar ergens vandaan”, vertelt hij. Je hebt ervaren mensen nodig.” Dus deed het bestuur een beroep op omliggende scoutingclubs. Aan toelatingseisen deden ze niet. “Dom achteraf, maar we waren dolblij met iedere nieuwe aanmelding.”

Al snel hadden ze een clubje van zestien ervaren scoutingmedewerkers verzameld. Poorthuis: “Kampvuren maken konden ze prima. Maar overleggen en samenwerken: ho maar.” Hij weet nu hoe dat komt. ‘De scouting is voor veel mensen een familie, daar blijf je levenslang bij. Pies je buiten het potje, dan zoek je een andere scoutingclub.”

Neem Janneke: “die schold de kinderen regelmatig verrot. Karin kon wel met kinderen omgaan, maar bleek later een borderline patiënte. Als ze een rare bui had, liet ze haar groep gewoon in de steek.” Edwin was een handige timmerman. “Helaas waren de meeste groepsleiders als de dood voor zijn onverwachte woede-uitbarstingen.” Ook de buurman bleek volgens Poorthuis niet in staat zijn emoties te beheersen. Negen van de zestien groepsleiders en de buurman zijn inmiddels met ruzie vertrokken of uit de groep gezet.

Dat laatste bleek niet eenvoudig.De scouting is een democratische organisatie. “In de groepsraad mogen alle vrijwilligers meestemmen.” Hij is een ervaren manager. Hoe kon het zo uit de hand lopen? “Als manager pak je slecht functionerende medewerkers in hun inkomen. Wie bang is voor zijn bonus gaat echt wel harder lopen. Als het echt niet gaat,volgt ontslag. Maar hier heb ik geen enkel machtsmiddel.”

Een collega-bestuurslid is gestopt, hij trok het niet meer. Poorthuis aarzelt. Via cursussen wil het bestuur de overgebleven groepsleiding bijspijkeren. Ouders worden aangespoord om de leeggevallen plekken op te vullen. Nieuwe vrijwilligers worden voortaan gescreend. Binnen drie maanden moet de club echt op poten staan, anders kapt Poorthuis er ook mee. Hij wijst naar buiten. “We hebben net voor 15.000 euro materiaal geregeld, de subsidie is rond en we maken kans op een nieuw pand. Vreselijk toch, om de boel nu op te doeken. Al die tijd die ik er in gestoken heb, en hoe zal de gemeente reageren ?” Dan heeft hij nog niet eens over de kinderen. “Als ik die glunderende koppies op zaterdag zie, denk ik: kom op, nog even doorbijten.”

N.B. Dit is de originele versie van een artikel dat ik schreef voor Plus Magazine. Het artikel is in verkorte vorm in het blad verschenen.

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard en wil je jouw waardering laten blijken? Dat kan!

Waardeer je mijn journalistieke werk?

Doneer en help de onafhankelijke journalistiek.

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard en wil je jouw waardering laten blijken?

Dat kan! Door een bijdrage help je me om dit soort artikelen te blijven schrijven.

Contact