Gezocht: man voor de klas

PDFPrintE-mail

Gezocht: man voor de klas

andreashuurmanTrouw, 15 mei 2013

Er staan te weinig mannen voor de klas. De crisis biedt kansen om dat te veranderen: werkzoekende mannen kunnen als hij-instromer aan de slag in het basisonderwijs.

Ditty Eimers

15 jaar werkte Andreas Huurman (37) als serviceadviseur in een autobedrijf. Nu weet hij alles van MegaMindy en Spongebob. Hij hoeft niet meer te piekeren hoe hij zijn targets gaat halen. Tegenwoordig bedenkt hij ’s avonds hoe hij zijn lessen nog pakkender kan maken.

'Hoe vaak past 7 in 21? En 8 in 24?’ Op basisschool Pieter Bas in Capelle aan de IJssel legt Huurman twintig tienjarigen staartdelingen uit. Na tien minuten zet hij het stoplicht in de klas op rood. ‘Nu zelf aan de slag.’ Vier kinderen mogen mee naar de instructietafel. ‘De rest wil ik niet meer horen.’

Huurman is hij-instromer: een nieuwe variant op de bekende zij-instromers, die een carrière in het bedrijfsleven verruilen voor een baan in het onderwijs. De regeling is drie jaar geleden bedacht door de RVKO, een Rotterdams schoolbestuur dat meer mannen voor de klas wilde. Vanaf dit jaar kunnen hoogopgeleide mannen uit het hele land zich aanmelden als hij-instromer. Ze worden in twee jaar klaargestoomd als leerkracht op een basisschool. Eén dag per week bezoeken ze de Pabo. De overige drie of vier dagen werken ze –betaald- op een school, onder begeleiding van ervaren leerkrachten.

Rolmodel

‘Het is tijd voor actie, want mannen voor de klas worden schaars’ zegt Patrick Banis. Hij is secretaris van het Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs, dat het hij-instroomtraject subsidieert. Nog maar 14 procent van het personeel in het basisonderwijs is man. Velen zijn de vijftig ruimschoots gepasseerd en gaan binnenkort met pensioen. Van de pabo komen te weinig mannen om hun vertrek te compenseren.

Zorgelijk, vindt Banis. ‘Op de basisschool moeten jongens en meisjes zich optimaal ontwikkelen. Daar horen juffen én meesters bij. En voor jongens die zonder vader opgroeien, kan een meester rolmodel zijn.’ Meer mannen voor de klas is ook goed voor de sfeer in het team. En voor het aanzien van het vak.

Banis verwacht dat de crisis een handje helpt om minstens vijftig hij-instromers te vinden. Een keiharde baangarantie krijgen ze niet. Maar schoolbesturen die hij-instromers aanstellen, hebben vacatures. Banis: ‘De kans is dus groot dat hij-instromers na afloop een vaste baan aangeboden krijgen.’ Er is geen leeftijdsgrens: ook werkzoekende vijftigers zijn welkom.

Geen luizenbaan

Voor Huurman kwam de regeling als een geschenk uit de hemel. Hij was uitgekeken op de autowereld en liep al een tijdje rond met het idee om voor de klas te staan. Maar als kostwinner kon hij het zich niet permitteren zijn baan op te zeggen om de pabo te volgen. Een deeltijdstudie naast zijn baan zag hij niet zitten. ‘Dat is loeizwaar en je moet steeds vrij vragen voor stages. Niet zo handig voor je positie op de zaak.’

Dat leerkracht geen luizenbaan is, zoals zijn vrienden voorspelden, wist Huurman wel. Maar hij had zich van tevoren niet gerealiseerd, hoe zwaar de combinatie van werken en leren was. Overdag hard werken om het vak onder de knie krijgen. ’s Avonds lessen voorbereiden. En alle weekenden en vakanties blokken voor tentamens. Huurman: ‘Mijn sociale leven heeft twee jaar stil gestaan.’

Wennen moest Huurman ook aan de omgangsvormen in het onderwijs. Vertel eens, hoe ga jij daar mee om? Voelt dat niet vervelend? In de koffiekamer van de Pieter Bas zijn het normale vragen. Vroeger, in de garage, slaakten de monteurs hooguit een vloek als ze een rotdag hadden. Liep iets niet lekker, dan was het al snel: een grap en zand erover. ‘In het onderwijs wordt overal over doorgepraat en op gereflecteerd’, lacht Huurman. Toch heeft hij geen spijt van zijn overstap. ‘Het is zo leuk om te merken dat ik kinderen iets bij kan brengen. Of dat leerlingen me in vertrouwen nemen.’

Vrouwenharem

Vorig jaar kreeg hij een vast contract. Op de Pieter Bas zijn ze blij met Huurman. Omdat ze er weer een goede, enthousiaste leerkracht bij hebben. Voor de balans in het team is een derde man ook prettig. ‘Werken in een vrouwenharem is gewoon minder leuk’, zegt directeur Marga Böhmers. Ze hoopt dat jongens eerder voor de pabo kiezen, als ze zien dat er ook mannen voor de klas staan. Maar ze moet weinig hebben van verhalen dat mannelijke leerkrachten jongens beter begrijpen, meer stoeien of “mannelijke waarden”, overdragen. ‘Dat zijn clichés die zelden kloppen. Wij hebben een hele zorgzame meester in de onderbouw. En een paar stoere juffen die gek op voetbal zijn.’

Lang niet alle mannen die net als Huurman in Rotterdam als hij-instromer begonnen, hebben hun plek in het onderwijs gevonden. 44 procent van de eerste en 30 procent van de tweede lichting viel voortijdig af. Sommigen bleken het lesgeven toch niet in zich te hebben. ‘Didactiek kun je leren, maar om echt aansluiting te krijgen met kinderen, moet je ook empathisch zijn’, zegt Böhmers. Ze vond het heel pijnlijk om een hij-instromer te moeten vertellen dat hij ongeschikt was. ‘Hij had zijn baan opgezegd en alle schepen achter zich verbrand.’

Pittige baan

Veel mannen hebben een onrealistisch beeld van het vak, zegt Lia Zwaan. Zij is directeur van de RVKO. ‘Ze denken vooral aan lesgeven. Maar je moet ook voorbereiden, nakijken en overleggen met collega’s, ouders en instanties.’ Plus allerlei gegevens bijhouden over de leerlingen. ‘Die combinatie maakt het behoorlijk pittig.’

Ook struikelde een aantal mannen op gebrek aan zelfreflectie. ‘Wie zich niet leerbaar op durft te stellen, houdt zich niet staande’, zegt Zwaan. ‘Je moet niet bang zijn voor kritische vragen en voor mensen die in je klas mee kijken. Het belang van de leerlingen staat immers voorop.’

Door een uitgebreide assesment met proefles en meeloopdag hoopt Banis de uitval in het nieuwe traject te beperken. Zo mogelijk komen hij-instromers op de pabo in een klas met meer mannen. En ze worden in duo’s van twee op een school geplaatst. ‘Zo hebben ze steun aan elkaar.’

Aan de instructietafel van groep zes legt Huurman de staartdelingen nog eens uit. ‘Denk eens goed na, Daan. Je bent er bijna.’

Op zijn twintigste had hij dit niet gekund, denkt hij. Toen was hij met andere dingen bezig dan met kinderen. ‘Pas toen ik vader werd, is dat veranderd.’

En de leerlingen? ‘Een meester is minder streng’, zegt een meisje. Drie jongens maakt het niets uit, een juf of een meester. ‘Hoe kan je dat nou zeggen?’ roept een vierde verontwaardigd. Meesters maken veel leukere grapjes, vindt hij.

Als hij volgende week naar de kapper mag, wil hij net zulk haar als meester Huurman.


 

Mannen spelen beter in op de leerstijl van jongens

‘Jongens hebben voorbeelden nodig van hoe een man kan zijn’, zegt jongensdeskundige Lauk Woltring. ‘Dat leren ze niet van juffen.’

Mannen kunnen vaak beter met jongens communiceren. Ze geven korte, duidelijke aanwijzingen. Juffen gebruiken vaak meer woorden, met een indirecte boodschap. ‘Joris hou je vandaag nu eens een keer rustig!’ Woltring: ‘Dat snappen jongens niet. Die denken: ik doe toch niks? Hun taalontwikkeling is nog niet zo ver dat ze verwachtingen direct in gewenst gedrag kunnen omzetten.’

Mannen laten meer toe voordat ze een grens stellen. ‘Daarmee spelen ze in op de leerstijl van jongens’, zegt Woltring. Jongens leren door dingen uit te proberen en fouten te maken. Je moet ze steeds opnieuw corrigeren. Resetten noemt Woltring dat. ‘Juffen ergeren zich daaraan. Als jongens dat merken, gooien ze hun kont tegen de krib.’ Volgens hem functioneren gemengde teams vaak ook beter dan teams met alleen juffen. ‘Vrouwen vergaderen te lang; mannen te kort. Samen houden ze elkaar in evenwicht.’

© Ditty Eimers. Overname van teksten alleen na toestemming. info@dittyeimers.nl