'Ze zien zichzelf niet als patiënt'

PrintE-mail

'Ze zien zichzelf niet als patiënt'

Vrij Nederland, 29 september 2012

Foto Otto Snoek VN sept 2012 De bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg maken politiewerk nog zwaarder. Op stap met een wijkagent in Rotterdam.

Door Ditty Eimers

Op politiepost Dorpsweg in Charlois neemt wijkagent Frank Witkamp (52) een stapeltje overlastmeldingen door. De buurtsupermarkt klaagt over een gestoorde man die klanten uitscheldt en intimideert. ‘Heeft die oude baas weer een slechte dag gehad zeker’, mompelt Witkamp.

De Turkse meneer Aydin wil aangifte doen omdat zijn buren hem dreigen te vergiftigen. ‘Ga jij alsjeblieft weer eens langs om hem gerust te stellen, Frank’, zegt een collega tegen Witkamp. ‘Toen hij voor de vierde keer bij de balie stond te jammeren, heb ik hem eruit gegooid. Ik word hoorndol van die vent. ‘ Meneer Aydin, een breekbaar oud mannetje, dat vreselijk achterdochtig is, heeft nodig aandacht nodig, weet Witkamp. Hij spreekt in onnavolgbaar gebrabbel; de hulpverlening laat hem links liggen. Witkamp: “Lekker laten sudderen, zo’n gek die geen vlieg kwaad doet”, zeggen ze.’ Makkelijk praten, vindt hij. ‘Als de spoken in zijn hoofd te groot worden, staat hij twee keer per dag bij ons op het bureau.’

‘Verrek’, mompelt hij bij de derde melding. ‘Evers is weer in de buurt gesignaleerd. Is die gast nu alweer terug? Die zat toch veilig in Delta?’ Meneer Evers is een oude bekende, die lijdt aan schizofrenie. ‘Als hij zijn medicijnen niet slikt wordt hij agressief.’ Hij is al diverse keren opgenomen in Delta Psychiatrisch Centrum in Poortugaal. Steeds wordt hij na een paar weken met een zak pillen naar huis gestuurd. ‘Dat gaat een tijdje goed, tot er weer een stem in zijn hoofd opduikt, die zegt dat hij die pillen niet moet nemen. Staat hij hele nachten te gillen. Overdag scheldt hij iedere vrouw die hij tegenkomt uit voor hoer en slet.’ Maanden is Witkamp bezig geweest om hem weer gedwongen opgenomen te krijgen. Hij was bijna opgelucht toen de man op een dag een steen bij de buren door de ruit gooide. ‘Hadden we eindelijk voldoende materiaal voor een rechterlijke machtiging.’ Dat was drie weken geleden. Wees nou wijs en zorg dat je direct zijn woning afgrendelt, had Witkamp de ambtenaar woningtoezicht gewaarschuwd. ‘Die vond dat er geen haast bij was. Nu hij de pleitvaart heeft genomen, begint het hele verhaal opnieuw.’

Dienstpistool in de holster

Wijkagent Frank Witkamp ‘doet gekken’ in Charlois, een vooroorlogse achterstandswijk in Rotterdam- Zuid. Prachtig werk, vindt hij. Hij heeft er feeling voor, al zegt hij het zelf. ‘Jij hoort ze, ik niet’, zegt hij tegen mensen die stemmen in hun hoofd horen. ‘Veel collega’s gaan in discussie. Moet je nooit doen. Iedereen heeft zijn eigen waarheid.’

Iemand kan zo gek als een deur zijn, dat betekent niet dat hij alleen maar onzin uitkraamt, is zijn overtuiging. Zo ontdekte hij dat meneer Aydin al jaren de energierekening voor zijn hele portiek betaalde. ‘Die vent kletst uit zijn nek, dacht iedereen als hij weer kwam klagen dat hij werd bestolen. Bleek dat een paar gisse jongens aan de meter hadden geprutst. Zijn hele bankrekening was leeggeroofd.’

In blauw-wit geblokt overhemd en spijkerbroek trekt Witkamp de wijk in, met zijn dienstpistool in de holster. ‘Je weet nooit wat je tegenkomt.’

Bij een verveloze deur zonder naambordje belt hij aan. Hier woont de man over wie de supermarkt heeft geklaagd. Op één-hoog zwaait een raam open. Een oude man met een verwarde bos wit haar steekt zijn hoofd door het raam. ‘Ik ben zo blij, zo blij’ , galmt hij. ‘Ik kom effe buurten’ roept Witkamp. ‘Ik ben jarig, al 17 geworden’, roept de man. Witkamp: ‘Treft dat even.’ In het benauwde woonkamertje van drie bij drie ruikt het naar oude poep. De man staat in een slobberige onderbroek achter een tekentafel. Neuriënd knipt hij rode en zwarte letters uit, die hij met viltstift heeft getekend. Aan de muren hangen vellen papier beplakt met teksten: ‘Mies is mijn moeder’ ‘Turkie- Turkie’ . ‘Hema 0255000000’. ‘Het is veel hoor, om te onthouden’, zegt hij. ‘Knippen, knippen, plakken, plakken, houwe, houwe. Morgen naar Turkije, met 17 meisjes trouwen.’

Witkamp brengt het gesprek op de supermarkt. ‘We hebben weer klachten gehad. U weet toch dat u daar niet meer mag komen?’ De man reageert niet. ’17, 17, happy, happy, lang zal die leven!’

Hij kan ook heel boosaardig zijn, vertelt Witkamp. Dan loopt hij tierend over straat. ‘Hij raakt niemand aan, maar veel mensen vinden het enorm bedreigend als hij vlak voor hun neus gaat staan en wartaal uitslaat.’ De man behoort tot een veel voorkomende categorie van mensen die hun buren tot wanhoop kunnen drijven, maar te weinig overlast veroorzaken om in te grijpen. Is hij dement, psychisch gestoord? Niemand die het weet. De thuiszorg laat hij hooguit eens per twee weken binnen. Van verhuizen naar een zorginstelling wil hij niets weten.

Witkamp: ‘Zijn huisarts vindt dat je zo’n oude man niet moet verkassen. Ik zie hem afglijden. Moeten we wachten tot de buurt hem uitkotst en iemand hem te lijf gaat?’

Een straat verderop wordt Witkamp aangeklampt door een man met een drankkegel, de armen vol tatoeages. ‘Frankie, heb jij nog wat prenten liggen op het bureau? Kan ik weer een paar dagen zitten. Ik slaap nou noodgedwongen in een portiek.’ De verslavingskliniek heeft hem eruit gegooid. Met jou kunnen we niks, hadden ze gezegd. ‘Heb je weer zitten zuipen zeker’, zegt Witkamp.

‘Geef mij nou maar een eurootje, dan ben je mijn vriend.’

Witkamp haalt twee euro uit zijn broekzak en belooft een goed woordje te doen bij het Leger des Heils.

‘Een gevalletje draaideur’, zegt hij. Soms lukt het na veel gesoebat om de man onder dak te krijgen. ‘Omdat hij blijft drinken als een dijker en zich aan geen afspraak houdt, staat hij binnen de kortste keren weer buiten. Gaat hij bedelen in de hoop dat wij hem oppakken.’ Sinds een paar maanden wordt de buurt ook geteisterd door een Poolse zwerver met een kwade dronk. ‘Die heeft geen papieren, geen uitkering, niks. Geen opvanginstelling wil hem hebben. Het enige wat wij kunnen doen is bekeuringen stapelen, zodat we hem weer een tijdje kunnen insluiten.’

Blijven monitoren

Het is een divers gezelschap van verslaafden, demente bejaarden en mensen met zware psychiatrische stoornissen, dat Witkamp in de gaten houdt. Er zitten etters tussen, die iedere week de banden van de auto van hun buren lekprikken. Psychoten die midden in de nacht met een stok tegen het plafond beuken om boze geesten te verdrijven. Maar ook teruggetrokken, bange mensen: schapen in de leeuwenkuil van Charlois, waar drugsdealers, huisjesmelkers en andere louche figuren altijd op zoek zijn naar een makkelijke prooi.

In elke straat heeft Witkamp wel een adresje, waar hij van tijd tot tijd langsgaat. Om

brandjes te blussen en buren te sussen, maar ook om overlast voor te zijn. ‘We hebben het redelijk onder controle, maar dat lukt alleen als we blijven monitoren.’ Dat betekent meer dan optreden bij incidenten, zegt hij. ‘Je moet psychiatrische patiënten continu aandacht geven. Contact houden, ook als het goed gaat. Anders raak je het vertrouwen kwijt.’

Op de stoep voor een benedenwoninkje zit een Afrikaanse vrouw te roken. Ze licht op als ze Witkamp ziet. ‘He mi papa!’ Een jaar geleden is haar dochter vermoord. ‘Mijn hoofd barst van verdriet, papa.’ De cocaïne heeft ze afgezworen. ‘Alleen een blow, als ik het niet meer hou.’

‘Gek word je van die verslaafde asocialen die dat mens in huis haalt’, zegt de eigenaar van de tapijtzaak op de hoek, terwijl hij koffie voor Witkamp inschenkt. Tegenwoordig mikt hij een paar eieren door haar raam, als de muziek ’s nachts weer eens loeihard staat. ‘Dat wil nog wel eens helpen.’ Voor een vrouwtje om de hoek, dat niet helemaal honderd was, regelde hij een tapijtje. Zijn vrouw wordt er woest om, maar hij heeft met die stumpers te doen. ‘Een maand later stak ze zichzelf in brand. Snap jij dat nou, Frank? Het wemelt hier van de hulpverleners. Waarom had niemand in de gaten dat het mis ging?’ Hij ziet steeds meer verslaafden en psychiatrische patiënten in de buurt. ‘Stop ze maar in Charlois, dan kunnen ze weinig onheil aanrichten. Maar je kunt toch niet iedere gek een woonwijk ingooien?’ Met zieke mensen die onder toezicht staan, heeft hij geen probleem. ‘Maar er zitten ook een hoop treiterkoppen tussen, die de hulpverlening om hun vingers winden en ondertussen het bloed onder je nagels vandaan halen.’

Een paar straten verderop woont een vrouw, die zich aan niemand iets gelegen laat liggen. Ze heeft een dozijn katten en een paar honden, die ze zelden uitlaat. ‘De pis druipt soms van de trap’, vertelt Witkamp. Hij is al een jaar bezig om de vrouw psychiatrisch te laten beoordelen. ‘Dat weet ze steeds te voorkomen. Als ze hoort dat we met een psychiater komen, is ze opeens poeslief en zorgt dat haar huis blinkend schoon is. Komen we onaangekondigd, dan roept ze dat ze haar keel doorsnijdt als we niet ophoepelen.’ Natuurlijk, zo’n vrouw heeft ook recht op een plek in de samenleving. Maar leg het maar eens uit aan de buren, die soms huilend van onmacht aan de lijn hangen. Witkamp verbaast zich vaak over de tolerantie van omwonenden. ‘De meesten trekken pas aan de bel als de boel is geëscaleerd. En Antillianen klagen helemaal nooit, die laat het totaal onverschillig wat hun buren uitvreten.’

Zelfmanagement

Per jaar pakt de Rotterdamse politie 1200 tot 1300 mensen op, die zo verward zijn dat ze een gevaar voor zichzelf of hun omgeving zijn. Daarnaast spelen bij een op de vijf incidenten waarvoor de Rotterdamse politie wordt ingeschakeld, psychiatrische aandoeningen, verslaving of psycho-sociale problemen een rol. ‘We zijn daar minimaal twintig procent van onze tijd mee bezig’, zegt Henk van Dijk van politie Rotterdam Rijnmond. Hij coördineert de aanpak van verwarde overlastgevers.

Van Dijk is bezorgd over de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg. De grote ggz- instellingen in de stad waarschuwen voor een toename van het aantal patiënten dat zich niet meer laat behandelen, omdat ze vanaf dit jaar een eigen bijdrage van 200 euro moeten betalen. En wat zullen de gevolgen zijn van het akkoord dat demissionair minister Schippers afgelopen juni afsloot met ggz-instellingen, zorgverzekeraars en patiëntenvertegenwoordigers? Ze spraken af dat het aantal bedden in psychiatrische instellingen de komende zeven jaar met een derde wordt verminderd. Patiënten worden vaker aan huis begeleid en voor hetzelfde geld moeten meer mensen worden behandeld.

Zo moeten de explosief stijgende zorgkosten worden ingedamd.

Brancheorganisatie GGZ-Nederland en patiëntenvertegenwoordigers zijn blij met het akkoord. Het biedt de kans om meer aan te sluiten bij de wens van patienten, die het liefst in hun eigen huis in een gewone buurt wonen. Zij moeten volgens de nieuwe afspraken leren voor zichzelf te zorgen. Als dat nodig is kunnen ze hulp van buren, familie en vrienden of ambulante zorg inroepen. Zelfmanagement, eigen regie. Van Dijk: ‘Thuis behandelen heeft voordelen, maar wij weten ook dat het ons heel veel werk bezorgt.’

Sinds politie en ggz tien jaar geleden besloten om lastige psychiatrische klanten niet meer als hete aardappels naar elkaar door te schuiven, is er een hoop verbeterd, vindt Van Dijk. ‘Maar het blijft een kwetsbaar bouwwerk, dat alleen functioneert als de hulpverlening op peil blijft. De politie is er natuurlijk niet om de gaten in de zorg te dichten.’

‘Dacht je dat ze hier in Charlois tweehonderd euro gaan betalen voor een paar gesprekken bij de psychiater of de psycholoog?’ zegt Frank Witkamp. Ook al betalen sommige ggz-instellingen die verplichte eigen bijdrage voor mensen met een bijstandsuitkering, hij ziet dat bewoners nog huiveriger zijn om hulp te zoeken. Van de week had hij er weer een: zo depressief als een deur. ‘Jij zou opknappen als je eens met een goede psycholoog kon praten’, had Witkamp gezegd. ‘Man wat denk je nou, ik heb geen rooie cent’, kreeg hij te horen. Witkamp: ‘Dat wordt doorsudderen, tot het zo erg is dat de crisisdienst erbij moet komen. Uiteindelijk ben je dan toch veel duurder uit?’

Bedden opdoeken in psychiatrische inrichtingen, ook zoiets. ‘Die bedden zitten toch vol? Waar moeten die mensen allemaal naar toe? In de wijk wonen kan, zolang ze maar extra begeleiding krijgen. Heeft de bemoeizorg daar dan genoeg mensen voor?’ Witkamp hoort alleen maar over bezuinigingen. Op de thuiszorg willen ze ook al korten. En het maatschappelijk werk in Charlois is nu aanbesteed aan een organisatie die goedkoper werkt. Witkamp: ‘Ze willen meer vrijwilligers en familie inzetten om psychiatrische patiënten te ondersteunen. De psychiatrische patiënten die ik ken, willen meestal niks van hun familie weten. En hoe denken ze mensen te vinden, die dat vrijwillig willen doen en dat dan ook volhouden?’

Laat je de mensen aan hun lot over, dan weet hij precies wat er gebeurt: dan gaan ze vervuilen of overlast geven. ‘Staan de buren weer bij ons op de stoep, omdat ze er niet meer tegen kunnen. Wat moeten we tegen die mensen zeggen? Dat de politiek heeft bedacht dat iedereen in een wijk moet kunnen wonen?’

Nooit nee zeggen

Psychiater Aram van Reijsen, manager zorg van de Rotterdamse ggz-instelling Parnassia Bavo Groep, moet er niet aan denken dat de politie zich weer gaat beperken tot het bestrijden van de meest extreme overlast. ‘Door de goede samenwerking met de politie komen verwarde mensen eerder bij ons in beeld. We krijgen ook vaker meldingen over mensen die eenzaam en verwaarloosd achter hun voordeur leven en die we vroeger niet bereikten.’

‘Vroeger zat ik regelmatig een halve dag bij een knalpsychotische patiënt op de bank, te wachten tot de psychiater kwam’, vertelt Witkamp. Door een tekort aan crisisopvangplaatsen werden verwarde mensen regelmatig tien, twaalf uur in politiecel opgesloten. ‘Soms liep het volledig uit de hand.’ Nu kan hij altijd een beroep doen op een van de sociaal-psychiatrische verpleegkundigen, die door Parnassia Bavo zijn vrijgemaakt om de politie te assisteren. Nooit nee zeggen tegen elkaar, dat is volgens sociaal-psychiatrisch verpleegkundige Guno Spalburg het geheim van de samenwerking. ‘Wij komen altijd als we door de politie worden opgeroepen. Andersom gaat de politie met ons mee, als we ons onveilig voelen bij een huisbezoek.’

In gevaarlijke crisissituaties kan de politie verwarde personen direct naar Delta Psychiatrisch Centrum in Poortugaal brengen. Iedereen wordt psychiatrisch onderzocht en er is altijd een bed vrij. ‘Wij bekijken binnen een half uur of een crisisopname noodzakelijk is’ , vertelt psychiater Aad Hagendijk van de afdeling acute opnames. In het begin was hij benauwd: zou de politie geen gevaarlijke criminelen op hun dak sturen? Maar de politie blijkt een goede verwijzer: tweederde van de mensen die ze binnenbrengt, moet acuut worden opgenomen. Borderliners worden meestal weer naar huis gestuurd, om daar behandeld te worden. Hagendijk: ‘Die worden vaak alleen maar slechter van een opname. Ze blijven zich verzetten of proberen zichzelf te verwonden. Daar hebben we teveel vreselijke voorbeelden van gezien, tot gebroken neuzen aan toe.’ Lastig voor de politie: die wil zo snel mogelijk af van moeilijke klanten af. ‘Maar een opname moet wel zin hebben.’

Drugspsychose

Het is dinsdagochtend. Op de acute opnameafdeling van Delta zitten twee mannen die afgelopen weekend door de Rotterdamse politie zijn afgeleverd. Een Pool had zich midden in een supermarkt afgetrokken. Hij sloeg er op los, toen hij werd aangesproken. De ander, een zwakbegaafde man in een gifgroen trainingspak, werd opgepakt omdat hij zijn huisgenoten had aangevallen. Een drugspsychose, luidde de diagnose van de psychiater. Twee dagen geleden smeet hij nog met stoelen over de afdeling, nu banjert hij kalmpjes op zijn slippers door de gang. De man wil naar huis, maar psychiater Hagendijk wil hem graag nog een tijdje houden. Dat kan alleen als de rechter toestemming geeft. Om klokslag 12 uur arriveert ze, samen met haar griffier. Een kwartier later begint de zitting, in de woonkeuken van de afdeling. ‘Hoe gaat het met u?’ vraagt ze aan de zwakbegaafde man. ‘Toppie’, antwoordt hij. Op haar vraag of hij de drugs voortaan zal laten staan, schudt hij resoluut nee. ‘Ik word daar lekker rustig van.’ Hagendijk voorspelt een herhaling van zetten. ‘Meneer is ambulant niet te sturen, hij heeft intensieve behandeling nodig.’ De rechter wijst het verzoek af: het directe gevaar is geweken en er is geen juridische grond om hem tegen zijn zin vast te houden. ‘Ik raad u dringend aan om geen drugs meer te gebruiken’, zegt ze streng, terwijl ze de man over haar rode bril heen aankijkt. Een half uur later kan hij vertrekken.  

Volgens Hagendijk komt het regelmatig vaker voor dat rechters het advies van de psychiaters niet volgen en patiënten op zuiver juridische gronden naar huis sturen. Een zorgelijke ontwikkeling, vindt hij. ‘De wens om psychiatrische patiënten uit de kliniek te houden, moet niet doorslaan. Wij adviseren alleen gedwongen opname, als we echt geen andere mogelijkheid zien.’

Witkamp ziet ook bij sommige psychiaters grote terughoudendheid om een gedwongen opname te adviseren. ‘Psychiaters willen geen blauwtje lopen bij de rechter.’

Hij vertelt over een vrouw met armen zo dun als stokjes, die zichzelf uithongerde en alle hulp weigerde. Haar ouders waren zo wanhopig dat ze steeds de politie belden. ‘Deze krijgen we er nooit doorheen bij de rechter’, oordeelde de psychiater. Psychiaters zouden volgens Witkamp vaker ‘een leffie’ moeten nemen: doorpakken om iemand voor wie de politie steeds moet uitrukken, in behandeling te krijgen. ‘Kijk verder dan alleen je cliënt, denk ook eens aan zijn omgeving.’

‘Je kunt niet iedereen die problemen veroorzaakt, gedwongen op laten nemen’, zegt psychiater Van Reijsen. ‘Wij maken een professionele afweging. We hebben ook te maken met wettelijke criteria: een dwangopname kan alleen als iemand een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving vormt.’

Lukt het niet om iemand in behandeling te krijgen, dan draait het bij hardnekkige overlastgevers vaak uit op een ‘burgemeesterssluiting’: op last van de burgemeester worden ze hun huis uit gezet. Witkamp: ‘Dat is enkel het verplaatsen van problemen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?’

Dikke wietwalm

Zelfmanagement. Eigen regie. In de politiek en de psychiatrie klinken de woorden steeds vaker, maar Witkamp kan zich er weinig bij voorstellen. ‘De psychiatrische patiënten die ik tegenkom, roepen zelden hulp in, als het misgaat. Ze zien zichzelf helemaal niet als patiënt. Dat is ons grote probleem.’

‘Met mij gaat het uitstekend’, zegt een wazig kijkende man van een jaar of vijfentwintig. In zijn flat hangt een hangt een dikke wietwalm. ‘Waar bemoeien jullie je mee?’ ‘We maken ons zorgen om u’, zegt sociaal psychiatrisch verpleegkundige Guno Spalburg, die vanmiddag met de wijkagent mee is op huisbezoek. ‘Uw buren klagen dat u hen bedreigt, u denkt dat u via uw navel door hen wordt bespioneerd, zeggen ze.’ De man begint hikkend te lachen. ‘Die is mooi! Die seksbeluste wijven willen weten wat ik in mijn slaapkamer uitspook. Je denkt toch zeker niet dat ik me gek laat verklaren?’

De man is overduidelijk psychotisch, concludeert Spalburg. Hij denkt aan schizofrenie. Hij doet een vooraanmelding bij de psychiater en spreekt met de politie af, dat hij wordt meegenomen voor psychiatrische beoordeling, mocht de zaak escaleren. ‘Hopelijk wil hij hulp, maar ik meld hem ook alvast aan bij bemoeizorg.’

Bak met pis

‘Wij kunnen vijf keer per week bij iemand langs, desnoods twee keer per dag’, zegt Zevo Zolak. ‘Maar lang niet iedereen is daarvan gediend.’ Hij is coördinator van een van de twee bemoeizorgteams in Charlois. Met eindeloos geduld proberen ze zware psychiatrische patienten te verleiden tot zorg. ‘Toch maar niet’, zei een man met een angststoornis die ze na tien weken kaartjes in de brievenbus gooien, eindelijk zo ver hadden dat hij de deur opendeed.

Het team heeft 150 psychiatrische patiënten in beeld, die ondersteuning nodig hebben: vaak zorgmijders met een psychotische aandoening. Op een handvol na hebben ze met iedereen contact. ‘Met voldoende ondersteuning kunnen de meesten redelijk functioneren’, zegt Zolak. ‘Dat wil niet zeggen dat het altijd goed gaat.’

Het helpt dat ze zo nauw met de politie samenwerken, zegt Zolak. ‘Iemand die niets wil en steeds voor overlast zorgt, gaan wij in de nieren zitten’, zegt Witkamp. ‘Sommigen worden doodziek als er de hele tijd politie voor de deur staat. Dan maar liever hulp.’

Bij een autistische man, die om de haverklap een bak met pis bij de buren door de brievenbus kieperde, is de gezamenlijke aanpak geslaagd. De politie kon niet bewijzen dat hij de dader was. Voor hulpverleners deed hij de deur niet open. ‘De hulpverlening is helemaal over de rooie. Er zit niets anders op dan de deur in te trappen’, had Witkamp op een dag luidkeels door zijn mobilofoon geroepen. ‘Ineens hoorden we “klik” en ging de deur open’ vertelt hij glunderend. ‘Die man is echt gered’, zegt Zolak. ‘Hij had zich verschanst in een zelfgebouwde onderduikruimte in zijn kelder. Nu komt hij weer buiten en doet hij aan activiteiten mee.’

Bij gedragsgestoorde overlastgevers, waarvan psychiaters vaak zeggen dat ze er weinig mee kunnen beginnen, zit er meestal niets anders op dan er een politieproject van te maken: net zo lang klachten verzamelen tot ze moeten verhuizen. Witkamp: ‘Dat kost minstens een jaar.’

Bij de man die uit het Delta is ontsnapt, gaat het sneller. Als Witkamp terugkomt op het bureau, is hij opgepakt: hij heeft weer een steen door een ruit gegooid. ‘Een gelukkie’, vindt Witkamp. Hij gaat direct de deelgemeente bellen. ‘Morgen wordt er een stalen plaat voor zijn woning geplaatst, zodat hij niet meer naar binnen kan’, meldt hij even later tevreden. ‘Nu die weg is afgesloten, moet hij zich wel laten behandelen.’

De namen van meneer Aydin en meneer Evers zijn om privacyredenen gefingeerd.

© Ditty Eimers. Overname van teksten alleen na toestemming. info@dittyeimers.nl