De wereld van Tommy Wieringa

PrintE-mail

De wereld van Tommy Wieringa

onzeWereld, juli 2006

coverwieringaLiever een sekstoerist dan een ecotoerist, vindt schrijver Tommy Wieringa. Hij haat de superieure blik van de duurzame vakantieganger. Zelf heeft hij zijn rugzak allang ingeruild voor een koffer op wieltjes.

Maar zijn reislust is nog springlevend. Alleen de geur al van de Turkse bakkerij, waar hij gisteren een pizza kocht: die maakt hem direct weer hongerig naar verre landen. Het vuil, de vliegen en de bedelaars relativeren het “literaire gewemel” in Nederland. Maar tot gulle giften zal de confrontatie met armoede hem niet verleiden. “De ader van het goede doel is heel dun bij mij. Ik vind niet dat ik ook maar een molecuul verantwoordelijkheid draag voor wat daar gebeurt.”

Ditty Eimers

Eenden en katten scharrelen op het erf van zijn huis, een verbouwde boerenschuur aan de Vecht. Binnen hangen aan een waslijn de nog ongelezen paperassen van de zorgverzekering. Vanaf de tafel staren hoge stapels papieren hem aan. “Ik kom er niet meer doorheen”, zucht Tommy Wieringa. Hij is net terug uit Portugal. Daarvoor werkte hij een tijdje in een klooster in Florence.
Hij reist graag en veel. Als jochie, weggelopen van huis, ervoer hij de gelukzalige sensatie van het reizen voor het eerst: uit beeld zijn, oplossen in de wijde wereld. “Vlak voor ik in slaap viel op het talud in Emmen, realiseerde ik me dat niemand wist waar ik was. Ik had alles in eigen hand (…)”, beschrijft hij die eerste herinnering in zijn recent verschenen bundel reisverhalen “Ik was nooit in Isfahaan.”
Hij typeert de bundel als een bronnenboek: het zijn de achtergrondverhalen van het onderzoek dat hij deed voor zijn romans. Voor Alles over Tristan reisde hij naar de Caraïben en naar Portugal. Voor Joe Speedboat reed hij naar Rostock en trok hij door Afrika. Waarom zoekt hij de gegevens voor zijn boeken zo ver weg? “Heel dichtbij huis blijven vind ik niet interessant. Ik heb een zwak voor kleine, arme gemeenschappen. Daar waar de voorzieningen niet zo georganiseerd zijn, waar het zonder cosmetische verdoezeling draait om leven, dood en begeerte.” Natuurlijk, hij gebruikt het ook als een soort ontsnappingsroute. “Anders zit je alsmaar hier.”
Na het mislopen van de Librisprijs, afgelopen mei, blijft hij een tijdje thuis, om als een kluizenaar aan een nieuw boek te werken. Dat kost moeite, vooral nu het warmer wordt en alles weer begint te broeien en te stinken : “Bij uitstek de geursensatie van die warme derdewereldlanden. Dan wil ik meteen weg”. Vorig jaar om deze tijd zat hij in Alexandrië, daar zou hij nu ook graag naar toe gaan. “Al is dat eigenlijk het gebied van mijn moeder.”

Het gebied van je moeder?
Mijn moeder en ik hebben de wereld verdeeld. Net als de paus in 1493. Spanje en Portugal kregen ieder hun eigen deel. Mijn moeder en ik hebben onze eigen demarcatielijn getrokken. Zij gaat naar de gebatikte landen, zoals India en Thailand, met hun veelkleurig pantheon van goden. Ik reis vooral naar monotheistische dwanglanden in het Midden-Oosten en Afrika. Egypte ligt op de grens.

Dus je hebt je reislust geërfd?
Ik ben opgegroeid met die grondtoon van geheimzinnigheid en oplossen in de wereld, die ik in mijn boek beschrijf. Toen ik klein was, ging mijn moeder in haar eentje naar Suriname en Frans Guyana. Ze vertrok en er ging een deur dicht. Voor mijn gevoel was ze heel lang weg, op een geheimzinnige reis, door een spannende wereld waar wij geen deel van uitmaakten.
Ze kwam terug met de administratie van een onttakeld Frans gevangenkamp. Al die mappen over moordenaars en verkrachters, reuze interessant vond ik dat.
We woonden op Aruba, waar mijn vader als onderwijzer werkte. Nederland bezocht ik als toerist, op bezoek bij mijn opa. Een eigenaardig land, vond ik als zevenjarige. Met flessenlikkers, steppen, fietsjes en eindeloze grijs- en groentinten.
We gingen per schip. Twee weken varen. Een prachtige manier van reizen waarbij je je langzaam vereenzelvigt met de nieuwe omgeving. Dat zijn mijn eerste indrukken van wat reizen te bieden heeft.

Nu reis je per vliegtuig
Ja, eigenlijk jammer, want het echte aankomen is per schip. In een vliegtuig word je gewoon als buizenpost overgeschoten en uitgeworpen op de plek van bestemming.

En dan valt de bestemming vaak ook nog tegen.
Al die plaatsen als Marrakesh en Isfahaan, met hun magische klanken en namen als beloftes, zijn zelden in overeenstemming met wat je je had voorgesteld. We rekenen op marmeren steden, maar de realiteit bestaat uit vuil, vliegen en bedelaars, schreef de schrijver A.L. Snijders. Dat heb ik als motto voor mijn boek gekozen. Plastic lelijkheid bepaalt het uitzicht in de wereld van tegenwoordig. Waar je ook komt, overal hangen plastic zakjes in de cactussen. Overal diezelfde spuuglelijke plastic schalen met bloemmotief. Van Adis Abeba tot Port Saïd tot Peking: mensen leven in dezelfde uniforme plastic rotzooi.

In dat soort grote, arme steden, raak jij altijd in paniek, schrijf je. Hoe komt dat?
De vloed aan mensen die allemaal iets van je moeten, de schrilheid van de kleuren, het ongelofelijke lawaai van auto’s, kinderen en vee: dat vliegt me naar de keel. Eigenlijk zou je daar op voorbereid moeten worden. Ik heb een ideetje geopperd om audiografie toe te passen op landkaarten. Zodat je in ieder geval kunt hòren hoe zo’n stad klinkt.
Ik ben twee keer in Addis Abeba geweest. Ik voelde me als in een leeuwenkooi: waar is mijn paspoort? Hou ik al mijn spulletjes bij me? Het is die elementaire paniek van: dit is mijn wereld, sodemieter op! Daarom ga ik liever eerst naar het achterland, om aan de mores van een land te wennen.

Sommige mensen nemen pennen en aanstekers mee als ze naar zo’n gebied reizen.
Verschrikkelijk, die totaal misplaatste caritas! In mijn boek beschrijf ik hoe een groep Nederlandse vrouwen in een gehucht in Ethiopië zo nodig hun moederinstinct moest uitleven. Met een zalige glimlach deelden ze pennen, snoep en speelgoed uit. Dat ontaardde in de moordzucht van een voedseluitdeling in Soedan. Die kinderen sloegen elkaar de hersens in. Ik heb er nog eentje verpleegd. Dat jochie was met een puntige steen in zijn hoofd gehakt. In Egypte zag ik hetzelfde: toeristen die als een soort Haile Selassi’s met muntjes begonnen te strooien. Zo feodaal. Ze realiseren zich niet wat het effect is. Als reiziger word je een soort wensboom. Je hoeft er maar aan te schudden of er valt van alles uit. Ik wil die associatie niet.

Maar ken jij het gevoel dat je op een zinnige manier iets terug wilt doen?
Ik ben in de gelegenheid om aan de andere kant van de wereld rond te lopen. En dankzij die verschrikkelijke Rita Verdonk zijn zij niet in de gelegenheid om hier te zijn. Ik probeer de gastvrijheid die ik zelf heb ontmoet zo goed mogelijk te onthouden als ik weer in Nederland ben. Maar verder voel ik niet de behoefte om iets goed te maken. Ik heb niet zoveel last van the white man’s burden. De ader van het goede doel is heel dun bij mij. Ik vind niet dat ik ook maar een molecuul verantwoordelijkheid draag voor wat daar gebeurt. Ik heb alleen mijn eigen verantwoordelijkheid. Die strekt zich uit naar de mensen direct om me heen. Ik hoef de wereld niet te verbeteren, daar houd ik me verre van.

Hoe denk je over ontwikkelingshulp?
Daar heb ik minder moeite mee dan met liefdadigheid. Ontwikkelingshulp is structureel en niet persoonsgebonden. Ik heb tenminste niet de indruk dat het bedoeld is om het eigen geweten in het reine te brengen. Ontwikkelingshulp wordt ook altijd gegeven in het kielzog van handelsdelegaties: niet alleen iets brengen maar ook iets halen.

Dat spreekt jou wel aan
Jazeker. Ik denk aan de wereld als aan een weefsel van transacties. Hoe minder verplichtend, hoe beter. Weet je wat een mooie vorm van ontwikkelingshulp is? Sekstoerisme, een fantastische transactie.

Leg uit
Jij geeft iets wat ik niet in huis heb. Mijn zwarte geslachtsdelen tegenover jouw dollars. Al die oudere vrouwen die naar Gambia trekken: daarvan worden onnoemelijk veel AIDSsmedicijnen betaald, waterputten geboord en moestuinen aangelegd. Ik zou wel eens willen onderzoeken hoeveel dat bijdraagt aan ontwikkeling.

Ranzigheid en uitbuiting zijn mijn eerste associaties. Neem die kinderen van twaalf, dertien die in Thailand zorgen dat dikbuikige westerlingen aan hun gerief komen.
Kom, kom, als je ervoor betaalt is het toch geen uitbuiting? En bovendien, de seksuele moraal is heel anders daar. In Thailand is de prostitutie een gigantische bedrijfstak. Die was er allang voordat het massatoerisme daar kwam, gewoon voor de lokale markt, Wij zijn daar niet schuldig aan. Trouwens, ben je wel eens naar het Koreaanse circus geweest? Jonge meisjes met totale lenigheid. Ze hebben geen gewrichten, dat is allemaal elastiek. Die Aziatische meisjes kunnen wel wat hebben.

Liever een sekstoerist dan een ecotoerist? Je ontmoeting met ecotoeristen tijdens een boottocht in een Costaricaans natuurpark was geen onverdeeld genoegen.
Ik maakte een tochtje per boot met zes bejaarde Amerikaanse echtparen. Op het water was een goede en een foute partij. Wij waren de foute partij, omdat we een 60 pk Johnson-motor achter onze boot hadden. Je had de misprijzende blikken van de ecotoeristen in hun houten kano’s moeten zien. Zo van : hoe haal je het in je hoofd! Terwijl zij daar net als ik met het vliegtuig gekomen zijn. Dat gore moralisme verdraag ik heel slecht.

Heb je zelf nooit met het vingertje gewezen?
De ecotoerist is een afgeleide van de rugzaktoerist, wat ik zelf natuurlijk ook ben geweest. 26 uur in een bus met een gemiddelde binnentemperatuur van 50 graden: dat was het echte reizen. Met zijn allen in vieze gore hotelletjes en de smerigheid uitleggen als superieure reiservaring.
Dat is zo’n fantastisch fenomeen. Het ervaren van jezelf als een soort Adam, die de wereld aan zich onderwerpt. Lachwekkend.

Heb je tijdens je reizen wel eens het gevoel dat je echt deelneemt aan het leven van mensen die je ontmoet?
Totaal niet. Ik blijf een buitenstaander. Het symbool daarvan is een stad als Chefchouen in Marokko. Tot een meter boven straatniveau is alles blauw gepleisterd, alsof je in een drooggevallen zwembad kronkelt. Maar overal in de muren zitten deurtjes, waar je niet achter kunt. Daar wonen mensen die je niet kent, die dingen doen die je niet weet.
Reizen betekent hele eenvoudige, banale dingen leren doorgronden. Hoe bestel je een pakje sigaretten; de triomf die je voelt als je in Peking je hotel weet te bereiken. Dat zijn bijna kinderlijke ontdekkingen, want je bent weer totaal onervaren. Slechts heel en toe is er een glimp van deelname, als je in gesprek raakt over de botsing van culturen.

Wat bedoel je?
Een mooi voorbeeld is mijn ontmoeting met een man in het zuiden van Egyptye , die op ICQ had gechat met een vrouw uit Alphen aan den Rijn. Na lang aandringen had ze hem met haar webcam haar borsten laten zien. Zo weet hij dat ze heel dik is. Mateloos fascinerend hoe die twee werelden elkaar zoeken en hoe dat overbrugd moet worden. Het einde zal pijnlijk zijn, vrees ik. De vrouw heeft beloofd naar hem toe te komen. Weet zij veel dat ze in een woestijn terechtkomt waar niets is behalve vliegen?

Geloof je niet in de global village die mensen dichterbij elkaar brengt?
Moderne communicatiemiddelen als internet en email creëren de schijn van bereikbaarheid en nabijheid. Je kunt er reacties mee oproepen, maar geen begrip mee kweken. De mens is al nauwelijks geïnteresseerd in zijn buurman, laat staan in iemand aan de andere kant van de wereld Als ik weet dat mijn buren jarig zijn, ga ik ze niet eens feliciteren. Waarom zou ik me dan met het welzijn van iemand in Zambia bemoeien? Mijn erf, vrienden en familie zijn de maat van mijn bestaan. Ik denk niet dat de wereld van de gemiddelde mens veel groter is. Televisie en internet veranderen dat niet. Pas als ik echt op een plek geweest ben, kan ik me een voorstelling maken van de mensenlevens daar. Pas dan kan ik enige compassie opbrengen, wanneer ik over een paar jaar lees dat die plek door een tsunami is weggespoeld.

Nu we het toch over water hebben. Jij noemt de omgang met water een graadmeter voor beschaving.
Als ik in Ethiopië een restaurant binnenkom, staat iemand met een waterkan klaar, zodat ik mijn handen of voeten kan wassen. Het zal uit properheid zijn, maar je kunt er ook de zorg voor de ander uit opmaken. In Istanbul is een fantastische watercultuur met een fontein op elke hoek van de straat. Dan kom je hier: wil je plat of bubbels? Vier euro per fles, niets voor niets.

Dat zorgt bij jou voor een omgekeerde cultuurschok?
Dat heb ik vooral als ik in Arabische landen ben geweest. Arabieren bejegenen vreemdelingen met grote hoffelijkheid. Je hoeft de weg maar te vragen of een heel web van mannen ontfermt zich over je. Hier ben je totaal op jezelf terug geworpen. Je hoeft de weg niet eens te vragen , je zit in je auto en opent je TomTom. Ik ervaar mezelf soms als Major Tom in Space Oddity van David Bowie. Losgesneden en weggedreven het universum in. Als ik net terugben is dat gevoel heel sterk.

Relativeert het reizen het literaire circus waar jij inmiddels volop in mee draait?
Ja, heel erg. Hier dringt het literaire gewemel zeer sterk binnen. Als ik onderweg ben denk ik daar zeer weinig aan. Reizen brengt een geestverruimende leegte teweeg.

© Ditty Eimers. Overname van teksten alleen na toestemming. info@dittyeimers.nl