Niet langer alleen in de pauze

Niet langer alleen in de pauze

SterkidklasfotoJPJTrouw, 12 februari 2014

In Flevoland draait jeugdzorg mee in het team van vijftien basisscholen. Kinderen met sociaal-emotionele problemen krijgen direct hulp. Op school en zonder etiketten te plakken. pdf

‘Juf Goke, vanochtend dacht ik dat ik superschaatser was’, zegt Hemadullah (8). ‘Had je die wolkjes weer in je hoofd die je vorige keer hebt getekend?’

‘Ja, ik werd pas wakker toen de juf heel hard “opletten!” riep.’

‘Weet je nog wat je had bedacht om beter te luisteren?’

‘Een maatje dat me aanstoot als mijn gedachten wegvliegen.’

‘Goed zo, dat gaan we straks samen aan juf Karin vertellen.’

Goke Lont is pedagogisch medewerkster van jeugdzorginstelling Triade. Sinds anderhalf jaar werkt ze drie dagen per week op basisschool De Polderhof in Almere. De kinderen noemen haar juf, de leerkrachten beschouwen haar als collega. De Polderhof is een van de acht scholen in Almere die meedoet aan ‘Sterk in de klas’, een door provincie Flevoland en gemeentes gefinancierd project. Kinderen met wie het in de klas niet lekker loopt- omdat ze bijvoorbeeld niet stil kunnen zitten, gepest worden of steeds in de clinch liggen met klasgenoten- worden onder schooltijd door Jeugdzorg geholpen. Een indicatie is niet nodig. ‘Wij willen er op tijd bij zijn, zodat problemen niet verergeren’ zegt schooldirecteur Susanne Olivier. Ook de leerkrachten krijgen coaching.

Kinderkwaliteitenspel

Drie op de tien kinderen van de Polderhof hebben sociaal-emotionele problemen. Zoals Hemadullah, wiens leerkracht van alles had geprobeerd om hem bij de les te houden. Hij kreeg vaak op zijn kop. Sinds Lont hem iedere week een kwartier of een half uur uit de les haalt gaat het beter. Met behulp van een ‘kinderkwaliteitenspel’ leert hij zichzelf beter begrijpen. Dat hij de juf graag helpt, maar door die wolkjes in zijn hoofd steeds niet hoort hoe hij zijn sommen moet oplossen. Lastig, maar er is wel iets aan te doen.

‘Heb je tien minuten?’ vraagt Lont in de pauze aan leerkracht Karin Draaisma. Even later bespreken ze met Hemadullah wat hij heeft bedacht: een maatje om hem aan te stoten als hij afdwaalt. ‘Moreno of Charity’ oppert Hemdukllah. ‘Moreno is gezellig, maar kan hij jou echt helpen om te luisteren?’ vraagt Draaisma. Charity is beter, besluiten ze. ‘Morgen maak ik nieuwe groepjes. Dan zet ik jullie naast elkaar.’

‘Bij kinderen die zich anders uiten, weet ik niet automatisch wat werkt’, zegt Draaisma. Dan is het handig als je tips krijgt van een expert. Of als ze meekijkt in de klas. ‘Ze leert ons ook anders kijken: dit kind is geen lastpak., het heeft een speciale gebruiksaanwijzing.’

Gideon (10), die voortdurend ruzie maakte op het schoolplein, werd door Lont gefilmd tijdens de schoolpauze. Toen ze de close up beelden samen met zijn leerkracht bekeek, zag die aan Gideons gezicht dat hij niet boos was, maar wanhopig contact zocht. Lont: ‘Hij stond buiten de groep en ging duwen om aandacht te krijgen.’ Gideon kreeg samen met een klasgenoot een training sociale vaardigheden. ‘Geef hem af en toe een zetje om met andere kinderen te spelen’, adviseerde Lont de leerkracht. ‘Werkt het niet, dan proberen we wat anders.’

‘‘We weten uit onderzoek dat je met simpele middelen veel kunt bereiken met kinderen onder de tien’, zegt zelfstandig adviseur jeugdzorg Paul Nota. Hij was negen jaar verantwoordelijk voor jeugdzorg in stadsregio Amsterdam. ‘Zodra je etiketten opplakt en jeugdzorg erbij haalt, deinzen ouders terug.’ Hij kent legio voorbeelden van kinderen als Gideon en Hemadullah. ‘Vaak krijgen ze na acht keer de klas uitgestuurd te zijn het etiket “stoorzender”’ . Dan komt de intern begeleider in de klas observeren. Die ziet misschien iets van autisme of ADHD. Na zes keer intern vergaderen krijgen ouders het advies: schakel jeugdzorg in. ‘Waarom komen jullie daar nu pas mee? Ons kind is geen probleemgeval!’

Bij de schooldeur

Op de Polderhof weten ze daar alles van. ‘Ouders zijn als de dood voor Jeugdzorg’, zegt Olivier. ‘Die komen je kind weghalen.’ Voor Lonts komst stuurde de Polderhof veel kinderen met gedragsproblemen door naar speciaal onderwijs. Ook waren er regelmatig incidenten op het schoolplein. Olivier: ‘Dat is verleden tijd, maar de grootste winst is dat we nu ook ouders bereiken die eerst niets van hulp wilden weten.’

’s Ochtends om half negen staat Lont bij de schooldeur. Sommige ouders moet ze wel tien keer gedag zeggen, voordat ze iets durven vragen. ‘Meestal zijn dat degenen die het hardst hulp nodig hebben’, zegt ze. Toch ziet ze langzaam verandering. De moeder van een hyperactief jongetje komt iedere dag bij de leerkracht informeren hoe het is gegaan, sinds hij van Lont ontspanningsoefeningen krijgt. ‘Als ouders merken, dat ze geen eng mens van jeugdzorg is, maar iemand die hun kind helpt beter te functioneren, durven ze ook hun geworstel thuis met ons te bespreken’, zegt Olivier.

Maria Lubbersen, projectleider van Sterk in Klas, ziet ook een kentering bij leerkrachten.

De eerste maanden komen die vaak met vragen als: hoe moet ik met die onruststoker in mijn klas omgaan? Of met die lastige ouders? Lubbersen: ‘Na een tijdje gaan leerkrachten ook kritischer naar zichzelf kijken: wat moet ik leren om dit kind beter te begeleiden?’ Dan komen meestal ook de teruggetrokken kinderen in beeld, die wel problemen hebben, maar niet lastig zijn in de klas.

Volgens Gerdi Meyknecht van PACT, een organisatie die in het hele land projecten begeleidt, waarin school en jeugdzorg intensief samenwerken, loopt het lang niet overal zo gesmeerd als bij Sterk in de Klas. ‘Veel projecten lopen spaak, omdat Jeugdzorg leerkrachten wil vertellen hoe het moet. Of met vaste behandelplannen aankomt.’ Dat valt vaak verkeerd. Meyknecht: ‘Het werkt alleen als jeugdzorgmedewerkers inspelen op de dagelijkse problemen waar leerkrachten en ouders mee worstelen.’

In de middagpauze heeft Lont pleinwacht. Jordi (9) staat de halve pauze in zijn eentje. Bij zijn ouders kwam een jeugdzorgmedewerkster over de vloer, maar die laten ze niet meer binnen. Lont heeft ze overgehaald om Jordi op school een training te laten volgen omdat hij werd gepest. ‘Een tijdje ging het goed, maar hij heeft weer extra steun nodig’, zegt ze. Van Jordi’s leerkracht heeft ze gehoord dat zijn moeder bang is dat ze wegens schulden het huis uit wordt gezet. ‘Ik zag jou met iemand spelen’, zegt Lont als ze he jochie apart heeft genomen. ‘Wat goed, hoe heb je dat geregeld?’ Mike geeft zijn leven een acht. ‘Geen tien, want soms heb ik woedeaanvallen. En ik ben weleens helemaal alleen in de pauze.’ Dan gaat hij maar op een bankje zitten. ‘Zullen we bedenken hoe je op een bankje kan zitten en toch met iemand kan spelen?’, vraagt Lont. ‘Ja!’ zegt Mike verheugd. ‘Er is nog iets dat ik u wil vertellen, maar dat doe ik volgende keer.’


 

Sterk in de klas: direct zien wat werkt

‘Sterk in de klas’ is in 2011 gestart. 15 scholen in Almere, Lelystad, Emmeloord en Biddinghuizen doen er aan mee. Omdat meer kinderen op school geholpen worden, nemen de wachtlijsten bij Triade af, zegt projectleider Maria Lubbersen van Triade. Bij Sterk in de Klas volgen jeugdzorgmedewerkers geen vaste behandelplannen, maar kijken ze op school wat kinderen, leerkrachten en ouders nodig hebben. ‘Een hele omschakeling voor jeugdzorg’, zegt Lubbersen. ‘Het voordeel is dat we direct zien wat wel of niet werkt.’ Ze heeft al meer dan vijftig aanmeldingen van scholen uit Flevoland die ook graag mee willen doen. ‘Het loopt storm, zeker nu het passend onderwijs eraan komt.’ Vanwege het beperkte budget kunnen alleen scholen meedoen, waarvan naar schatting 30-40 % van de leerlingen extra zorg nodig heeft. 

© Ditty Eimers. Overname van teksten alleen na toestemming. info@dittyeimers.nl